NHN Symposium 2026

Op 6 oktober vond het 11e NHN symposium “hartzorg zonder ruis” plaats op de Technische Universiteit Eindhoven. Met ruim 200 deelnemers uit de regio én daarbuiten was het een drukbezochte avond. Boudewijn Klop, voorzitter NHN en cardioloog in het Anna Ziekenhuis, opende de avond samen met Marieke de Wit, programmamanager NHN.

Boudewijn stond stil bij hoe het NHN de afgelopen periode heeft gewerkt aan “hartzorg zonder ruis”. Vanuit de samenwerking is bijgedragen aan scholing en communicatie over de RTA’s, alsmede het stroomlijnen van patiënteducatie en informatievoorziening. Ook belichtte Boudewijn de ontwikkelingen in regio Weert, op weg naar hun volledige aansluiting bij het NHN. Tevens benadrukte de NHN-voorzitter dat we als regio uitdagingen zien m.b.t. toegankelijkheid van hartzorg, waarbij we perspectieven van zorgprofessionals, zorgmanagers en patiënten nodig hebben om ook hier samen verder te komen. Tot slot benoemde Boudewijn bij de 10-jaars NHN-viering afgelopen december, waarbij een koninklijke onderscheiding is uitgereikt aan Luc Theunissen voor zijn jarenlange inzet voor het NHN. Een warm applaus volgde.

Het symposium programma werd ingeleid door per parallelsessie de zaal een prikkelende stelling voor te leggen. Met deze input vervolgde het programma in de eerste twee parallelsessies:

Wilt u de opening van het symposium terugkijken? Dat kan via deze link.

Foto’s met dank aan Stefan den Engelsen.

Parallelsessie 1:

Deze parallelsessie terugkijken? Dat kan via deze link.

Wessel Nieuwenhuys introduceerde sprekers Robin de Ruiter en dr. Karin Valkenet. 

Robin gaf een inkijkje in zijn ‘patiëntreis’. Het leven lachte hem toe, hij had allerlei plannen en was actief aan het sporten. Tijdens een padeltraining kreeg Robin een hartfinfarct en belandde in het ziekenhuis. Al heel snel na zijn ontslag uit het ziekenhuis wilde Robin weer aan de slag om fit te worden en stelde daarbij heel concrete doelen. De standaard Hartrevalidatie sloot daar niet goed op aan en na 2 sessies liet hij dat traject los en volgde zijn eigen route. Zijn smartwatch hielp hem om steeds fitter te worden en zijn waarden te tracken. De enige vragen die hij voor de zorgprofessional had bij zijn aanpak waren: Wat mag ik niet? En waar moet ik extra op letten? Het antwoord was: Je mag alles, waarbij je moet stoppen als je moe wordt. De smartwatch is voor hem een instrument dat zijn conditie en vooruitgang in beeld brengt en zo motiveert om zijn doelen te verwezenlijken.

Karin Valkenet doet onderzoek naar beweging bij hartrevalidatie. Via een gevalideerde beweegsensor zijn groepen revalidanten gevolgd. De eerste resultaten laten zien dat sensoren helpen om beweeggedrag inzichtelijk te krijgen en dat deze terugkoppeling mensen helpt bij het meer in beweging komen én blijven. Bij de analyse van de resultaten zijn drie groepen geïdentificeerd. Een groep die start vanuit een lage activiteit maar gedurende het revalidatietraject wel meer beweging opbouwt. Een groep die actief start en actief blijft. En een groep die actief startte en actiever wordt. Voor deze twee laatste groepen blijkt dat deelnemers een hoger opleidingsniveau en lager bmi hebben. Deze eerste resultaten sluiten aan bij de wensen om hartrevalidatie meer op maat aan te kunnen bieden. Het stellen van eigen, persoonlijke doelen is een motiverende factor om het actieve beweeggedrag vol te houden en verder op te bouwen. Voor de toekomst ziet Karin dat sensoren kunnen helpen bij het voorspellen van vroegtijdige uitval en terugval in beweeggedrag. Verder zal het combineren van data vanuit diverse sensoren en smartwatches een completer beeld kunnen opleveren.

In dialoog met het publiek gingen we in op de validatie van consumer devices binnen de medische wereld. Ook bespraken we de invloed van data over de eigen gezondheid in het persoonlijke leven van een patiënt, zoals dat bijvoorbeeld een continue flow aan data ook stress kan opleveren, in plaats van bijdragen aan het bevorderen van gezondheid.

Deze parallelsessie stond in het teken van bewustwording en het tijdig bespreekbaar maken van palliatieve zorg bij patiënten met hartfalen.

Janita Dekker opende de sessie met een korte introductie en vertelde dat palliatieve zorg bij hartfalen zowel onder zorgverleners als patiënten nog relatief onbekend is. Palliatieve zorg wordt vaak geassocieerd met de laatste levensfase, terwijl deze juist al veel eerder kan bijdragen aan kwaliteit van leven. Het doel van de sessie was om deelnemers meer bewust te maken van het belang van palliatieve zorg bij hartfalen en inzicht te geven in de rolverdeling van de verschillende zorgverleners binnen dit traject.

Vervolgens nam Anke Pril, kaderhuisarts palliatieve zorg bij Pozob en palliatief arts in een hospice, het woord. Aan de hand van enkele stellingen ging zij met de aanwezigen in gesprek over verwachtingen rondom palliatieve zorg bij hartfalen. Daarna lichtte zij een praktijkcasus toe, waarmee zichtbaar werd hoe complex de zorg voor deze patiëntengroep kan zijn en hoe belangrijk een goede afstemming tussen zorgverleners is.

Daarna presenteerde Frank Gommans, cardioloog in het Máxima MC, de belangrijkste punten uit de nieuwe richtlijn Palliatieve Zorg bij Hartfalen. Frank benadrukte het belang van tijdige signalering van de palliatieve fase. Daarnaast vertelde hij over de introductie van een noodkit binnen het Máxima MC. Deze kit ondersteunt patiënten en zorgverleners bij acute benauwdheid in de palliatieve fase en draagt bij aan passende zorg en het voorkomen van onnodige ziekenhuisopnames.

Als laatste ging Wendy Kuipers in op de rol van de POH bij patiënten met hartfalen. Wendy vertelde hoe de POH een belangrijke schakel is in de begeleiding van patiënten en hun naasten, onder meer door het signaleren van veranderingen en het bespreekbaar maken van wensen en behoeften.

De sessie maakte duidelijk dat palliatieve zorg een integraal onderdeel is van goede hartfalenzorg. Door eerder aandacht te besteden aan kwaliteit van leven en multidisciplinaire samenwerking kunnen zorgverleners beter aansluiten bij wat voor de patiënt van waarde is.

Na de pauze gingen we in op:

Parallelsessie 2:

Wilt u deze parallelsessie terugkijken? Dat kan via deze link.

Deze parallelsessie werd geopend door Liedewei van Waes, kaderhuisarts Hart- en Vaatziekten bij Stroomz. Vervolgens verzorgde interventiecardioloog in het Catharina Ziekenhuis Annemiek de Vos een prikkelende presentatie over microvasculaire dysfunctie, waarbij zij inging op de vaak lastig herkenbare klachten en belangrijke genderspecifieke verschillen. Zij maakte duidelijk dat microvasculair lijden een relevante maar nog regelmatig onderbelichte oorzaak is van cardiale klachten.

In het tweede deel van de sessie nam Boudewijn Klop, cardioloog in het Anna Ziekenhuis de deelnemers mee in de actuele inzichten rondom lipidenmanagement. Aan de hand van praktijkvoorbeelden, casuïstiek en interactieve stellingen bespraken zij hoe cholesterolbehandeling in de huisartsenpraktijk optimaal kan worden ingezet. Daarbij was aandacht voor behandelkeuzes en het behalen van LDL-streefwaarden.

 

Tijdens de sessie ‘Een kijkje in de keuken van het Hartcentrum’ kregen de aanwezigen een inkijkje in de afwegingen die het hartteam maakt bij het bepalen van de best passende behandeling voor een patiënt. Eric Heijmen, Cardioloog in het Elkerliek ziekenhuis, nam de rol van verwijzer op zich en presenteerde verschillende casussen aan het hartteam van het Catharina Ziekenhuis, bestaande uit cardiothoracaal chirurg Thomas van Brakel, imaging cardioloog Sjoerd Bouwmeester en interventiecardioloog Pieter-Jan Vlaar. Ook het publiek werd actief betrokken bij de besluitvorming, waarbij aan het einde van iedere casus gezamenlijk werd gezocht naar de meest passende behandeling.

Aan de hand van beeldmateriaal en de geldende richtlijnen lichtte Sjoerd Bouwmeester de medische overwegingen toe en liet hij zien waarom de keuze voor een behandeling niet altijd eenduidig is. Thomas van Brakel en Pieter-Jan Vlaar bespraken vanuit hun eigen expertise de mogelijkheden, maar ook de grenzen van de verschillende behandelopties. Door gedurende de casus steeds nieuwe informatie over de patiënt toe te voegen, liet Eric Heijmen zien hoe een aanvankelijk voor de hand liggende behandelkeuze opnieuw ter discussie kan komen te staan. Juist die dynamiek maakte inzichtelijk hoe het hartteam tot een zorgvuldig en patiëntgericht besluit komt. Daarmee werd zichtbaar hoe niet alleen richtlijnen, medische bevindingen en de nieuwste behandelmogelijkheden, maar ook de persoonlijke en sociale context van de patiënt bepalend zijn voor de uiteindelijke behandelkeuze.

Ook kwam aan bod hoe de patiënt zelf bij de besluitvorming kan worden betrokken en wanneer aanvullende informatie nodig is om tot een zorgvuldig afgewogen besluit te komen. De sessie liet daarmee zien dat goede hartzorg niet alleen vraagt om medische expertise en kennis van richtlijnen, maar ook om maatwerk. Soms betekent dit dat van de geldende richtlijnen wordt afgeweken, mits die keuze goed onderbouwd en verdedigbaar is.

Van keynote naar ‘we note’

Dr. Hafez Ismaïli M’hamdi ging in op de veranderende relatie tussen arts en patiënt over de tijd heen. Aan de hand van een casus met drie mogelijke richtingen, te weten: afwachten, medicamenteuze behandeling of non-invasieve behandeling, besprak Hafez met het publiek hoe te komen tot een beslissing. Het publiek herkende in hoge mate dat de patient dan vraagt: “als u mij was dokter, wat zou u doen?”

Hafez ging in op drie reacties die een zorgverlener dan kan geven, die een grondslag vinden in paternalisme, autonomie en samen beslissen. De gedachte achter deze grondslagen, hoe dat in de spreekkamer tot uiting komt en wat de voor- en nadelen zijn. Steeds toetste Hafez met het publiek of dat wordt herkend en hoe het in de praktijk gaat. We kwamen tot de conclusie dat de zorgverlener meer doet dan enkel informatie verstrekken. Hij of zij helpt de patiënt met duiding, ordening en ervaring. Om zo de patiënt te helpen te begrijpen wat de behandel opties betekenen in diens situatie.

Hafez riep de zaal op om na te denken over de vraag: waarvan is de patiënt nu van u afhankelijk? De patient is in hoge mate afhankelijk van de zorgverlener als het gaat om relevante informatie, de (behandel)opties, de duiding daarvan, de ervaringen en hoe dit de patiënt kan helpen. Deze afhankelijkheid vraagt om vertrouwen. Dit vertrouwen kan worden opgebouwd door uit te zoeken wat voor de patiënt telt, het helpen ordenen als wensen botsen, het vertalen wat elke optie betekent in het licht van wat de patiënt belangrijk vindt en vanuit daaruit het advies laten ontstaan. Tot slot vroeg Hafez het publiek: hoe investeert u als zorgverlener, in betrouwbaarheid?

De keynote van Hafez Ismaïli M’hamdi terugkijken? Dat kan via deze link.

Met veel dank aan alle sprekers, vrijwilligers en deelnemers sloot Marieke de Wit het symposium af.